~~~_/)~~~_/)_/)~~~_/)~~_/)~~~~_/)~_/)~~~~_/)_/)_/)~~~_/)~~~~~_/)~~_/)~
>> Juli-2 >>http://www.breerust.nl/juli_2.php

DRUK OP DE KNOP >> JULI-2 >> OM VERDER TE LEZEN OF DRUK OP HOME OM TERUG TE GAAN

Woensdag 1 juli, Als we opstaan is er van harde wind niets te merken. We besluiten te vertrekken. In principe naar Orth op Fhemarn maar als het lekker gaat gaan we misschien wel door naar Bagenkop op Langeland in Denemarken.

Naar  Orth zouden we alleen op voorzeil doen omdat het maar een klein stukje is. Als we de haven uitvaren doen we toch maar gelijk het grootzeil op. Op zee gaat het met de zuidwestenwind en halvewind als koers best lekker dus besluiten we om door te gaan naar Denemarken. Er is wel 5 tot 6 bft. uit het zuidwesten voorspeld met mogelijk

gewitter. De reis gaat erg voorspoedig ondanks de tegenstroom van 3 knopen. Pas bij de kop van Bagenkop neemt de stroom af maar kakt ook de wind in. Het laatste uurtje moet de motor bij

om niet al te laat binnen te varen. In de haven is het drukker dan we hadden verwacht

maar er is nog plek genoeg. We doen een “happie en een sappie” lekker, makkelijke en gezellig. Net als we klaar zijn, komt er een gitzwarte wolk met “gewitter,” wind en zware regen. Op het log zien we dat we 38 mijl

door het water hebben gevaren en maar 28 mijl over de grond gemeten. Op de hele trip dus 10 mijl stroom tegen gehad. dat is toch zo’n 2 uur langer gevaren door stroom tegen. 2 Uur langer zeilplezier!

Donderdag 2 juli, De hele nacht gierde de wind door de verstagingen. ‘s Morgens als we opstaan staat de wind nog best door. We maken geen haast. Willeke gaat nog even naar de bakker en maakt wat foto’s vanuit de uitkijktoren op de havenpier. Einde ochtend neemt de wind

af en besluiten we om de bree-rust zee-waardig te maken. Om 12:00 uur varen we uit en gaat gelijk het zeil omhoog. Koers ‘hoog aan de wind.’ Er staat nog een beste golf. Onder de kust van Marstal is het gedaan met

de golf en ruimt de wind waardoor we in het smalle vaargeultje kunnen blijven zeilen. Er zit vlak voor de haven een S-bocht in de route en zelfs die kunnen we zeilen. Pffffff best een beetje spannend. Vanaf hier is het alleen maar ruime- en voor de windse koersen. Na 18 mijl zeilen (van haven tot haven) meren we om 16:00 uur af in Rudkøbing. Voor we de jachthaven invaren zie ik in de oudehaven nog wat plaatsen vrij. Dit is veel gezelliger dus schieten we deze haven in en meren af op een mooi plekje aan de kade. Na het bergen van alle zeilen, huiken en toebehoren lopen we het stadje in. In eerste instantie leek het niet zo bijzonder maar opeens kwam daar toch een winkelstraat met cafeetjes en restaurantjes. Dit straalde wel gezelligheid uit. Bij een van de twee supermarkten nog wat versegroente en een brood gekocht. Op de terugweg een terrasje gepikt en heerlijk gegeten. Terug op de bree-rust drinken we koffie en gaan we aan de slag met de voor-bereidingen voor de komende dagen. Willeke heeft meer dan tien boeken en havenbladen door te spitten en ik navigeer een route naar een mogelijke volgende haven. Er is nog een beetje tijd over voor het slapen dus neem ik de figuurlijke pen ter hand en schrijf een stukje voor ons site en edit wat foto’s.

We varen langs Marstal

Vlak voor Rudkøbing

Uitzicht in de haven, het wordt al donker

Vrijdag 3 juli, De trossen gaan om 9:15 los. Eerder had geen zin want toen stond er geen zuchtje wind. De brug bij Rudkøbing is 26 meter hoog. Met onze bescheiden hoogte van nog geen 18 meter geen probleem. We zijn al redelijk

dicht bij Troense als een mooi Deens gaffelgetuigd scheepje ons voorbij zeilt. Voor ons een teken dat ook wij kunnen zeilen, hoewel zeilen? Met deze bakstag tot koers voor-de-wind, maken we nog geen 2 knopen snelheid. We hebben geen haast dus kachelen we langzaam door. We melden Henk en Kora (vrienden van ons) dat we Troense voorbij varen. Onmiddellijk een reactie terug; Hoe kun je zo’n mooie ankerplek voorbij varen! Je hebt gelijk Henk, ook wij hebben mooie herinneringen aan deze ankerplek en Troense zelf. Maar toch is er voor ons plan ook wat te zeggen. Er komt slecht weer aan. Met andere woorden, veel te harde wind. En dat drie á vier dagen lang. Ons doel is Nyborg, een stad met geschiedenis en waar je gedurende de verwaaidagen dus veel kan ondernemen. Daar komt nog bij dat we er nog nooit geweest zijn. Een nieuwe uitdaging dus. Inmiddels trekt de wind aan maar ook de luchten worden steeds dreigender. Boven de Storebæltsbroen, (broen is brug en æ is geen type fout. Het is een a en e aan elkaar) hangt een zware bui en uit ervaring is deze bui met veel wind. De brug is 23 km lang. De brug heeft een doorvaart van 18 meter hoog o.a. voor jachten en een doorvaart van 65 meter hoog voor o.a. de zeescheepvaart. In het lange verleden hebben we hier gezeild toen de brug nog in aanbouw was. Veel Nederlandse reders waren hier toen bij betrokken. Om 14:45 lopen we de jachthaven van Nyborg binnen en helaas met een vieze regenbui. Op dat moment balen maar een uurtje later ben je het al weer vergeten. We hebben een fantastische plek in de haven die goed beschut ligt tegen de verwachtte stormachtige winden. Het lijkt er op, dat we ook een huismeeuw hebben, want hij  is (bijna) niet van zijn paal geweken. Inmiddels, bijna 22:00 uur al wat plaagstootjes wind en regenbuien gehad maar nu windstil. Stilte voor de storm? Ik laat het jullie morgen weten.

Zaterdag 4 juli, De nacht verloopt rustig, wel in een regenbui wat meer wind maar zeker geen 32 knopen zoals voorspeld. De voorspellingen blijven zeer harde wind geven voor de komende dagen en met name vanmiddag meer regen dan vanmorgen. We besluiten dus vroeg op pad te gaan en vallen met onze neus in de boter. Er loopt een stoet

notabelen, hofdames, ridders, boeren etc. verkleed in middeleeuwsekleding. Het draait allemaal om het kasteel waar nu grote festiviteiten gepland stonden en door de corona zijn afgelast. De mensen in de stoet lopen met bordjes. Daarop staat hetgeen zij vertegenwoordigen. Na de gezamenlijke wandeling splitst de stoet zich in kleine groepjes die door het centrum

lopen. Af en toe wat lichte regen mag deze pret niet drukken. Een trio staat een geweldige blue’s optreden te geven dus blijven we even staan. Ze halen geen geld op want ook dit is georganiseerd door de stad. Het rode gebouw (vakwerk huizen) bleek een museum te zijn

van het vroegere “Burgemester hus en Gården” Ook deze museums zijn zwaar getroffen door de corona. Ze mogen nu tickets verkopen voor halfgeld. De staat betaald de andere helft. In het museum zijn dames bezig, die de kleder-

dracht maken, voor de personen rond het kasteel. Normaal zouden nu in het park en rond het kasteel allemaal festi-viteiten zijn met ridders etc. etc. We lopen nog wel door het park en naar het kasteel maar de lichte regen maakt het minder aantrekkelijk. Het kasteel zelf was gesloten. Er wordt ons aangeraden om voor de lunch naar de “Vin-

specialisten” (wijn-specialisten) te gaan. Er komt net een mooi tafeltje vrij doordat de eerder genoemde bandleden van het trio die klaar waren met hun lunch. In plaats van te vertrekken geven ze een

optreden van ja-wel-ste en dat vlak voor onze neus. De Scandinavische-tosti specialiteit liegt er niet om en omdat het zo gezellig zit blijven we nog even plakken en bestellen een wijntje. Het is al dik in de

middag

en het houdt

op met zachtjes

regenen. De straten worden worden snel leger en de mensen gehaaster. We houden het ook voor gezien. Wel nog even via het toeristenbureau om nog wat informatie in te

winnen en dan, via de plaatselijke super naar onze bree-rust. Inmiddels giet het en ziet het er niet naar uit dat het nog droog wordt. We zitten heerlijk knus en opgedroogd in de boot als er geklopt wordt. Het zijn twee dames met een strandkar vol zakken toeristische informatie. En dat allemaal in de stromende regen. Geweldig dat deze mensen dat voor ons toeristen doen. We maken nog een praatje en dan gaan ze verder op zoek naar een gast in de haven.

Zondag 5 juli, Harde wind en regen houden ons gevangen op de bree-rust. Mooi moment om eens de administratie beet te pakken. Wij zijn nog van de oude stempel en houden een kasboek bij en checken alle rekeningetjes. Wel veel werk maar daar is zo’n dag als deze zeer geschikt voor. In de middag stopt de harde regen en trekt het grijze wolkendek open en maakt plaats voor blauwe openingen en straaltjes zon. We trekken de wandelschoenen aan en  lopen door vele mooie parken. Tegen het einde van de middag lopen we via het station en kijken we waar we morgen op de bus

stappen naar Odense! De Vlaamse vrienden van ons liggen in Kerteminde (één haven verder) en ook zij gaan naar Odense zodat we elkaar daar gaan ontmoeten. Als we naar de boot lopen is er meer blauw dan bewolking maar waait het nog veel harder. Terug op onze bree-rust genieten we van het

mooie weer maar wel onder de verlengde sprayhood en lekker uit de wind. De windmeter laat in vlagen regelmatig 30 knopen zien en dat is goed voor 7 bft. Dit houdt wel in dat er dan buitengaats waar-schijnlijk wel 8 bft. staat en dat is voor ons veeeeeeeel te hard. Ik lees nog alles over de Formule 1 die in Oosterijk is verreden. Beide RedBulls vielen uit, jammer voor Max! Mercedes weer dominant.


ZOALS IK AL SCHREEF, WE GAAN MORGEN, MET EEN 24 UURS GELDIGE (TOERISTEN) BUSKAART, NAAR DE PLAATS “ODENSE” OP HET EILAND FYN EN ONTMOETEN EDWARD EN ROOS ONZE VLAAMSE VRIENDEN.


Als je op het biljet kijkt zie je staan: 2 “Voksne” De V spreek je uit als een W. Woksne (Wassene ofwel volwassene.)

Maandag 6 juli, We lopen via het stadje en de bakker, naar het station. De keuze was al gemaakt, we kopen een paar krentenbollen. Niet helemaal, of beter gezegd, helemaal niet zoals de onze maar wel heel lekker en voedzaam. Natuurlijk zijn we veel te vroeg voor de bus maar het is droog en de zon schijnt. Wat wil je nog meer. De bus is net

tien minuten onderweg als er een bui losbarst. Blij dat we die niet op ons kop kregen. We krijgen een interview over hoe we de FynBus ervaren. Het meisje had schik in het feit dat ze de vragen moest vertalen naar het Engels en wij vonden het ook leuk, om deze wijze van klantvriendelijkheid, te ervaren. We hebben

keurig alle en vele vragen beantwoord, behalve de laatste waar gevraagd werd hoeveel ons inkomen was. Ook al was dit een ABC vraag, vond ik dat te privé. Als we Odense binnen rijden merk je gelijk dat dit een echte stad is met in de rand van de stad grote winkels als Biltema, Jysk, Lidl etc. Ook nu weer een wolkbreuk. We hopen dat die voorbij is als we moeten uitstappen. Helaas is dat niet het geval. Een voordeel hebben we, de mede reizigers haasten zich weg naar de trein, bus of stad. De volle bushokjes lopen leeg want die stappen in onze bus. We hebben geen haast dus schuilen we in het leeggekomen bushokje. Na 10 minuten kunnen we gaan lopen en kijken hoe we Roos en Edward kunnen vinden. Als we aan de andere kant van het station komen staan ze daar al op ons te wachten. Het was een leuk en warm welkom hoewel de knuffel niet verder ging

dan een stootje met onze ellebogen. We lopen door een park en komen al ras in het centrum waar gelijk al een grote domkerk staat. Hoewel het niet regent gaan we er toch een kijkje nemen iets wat we in Nederland, gek genoeg niet snel doen. We zijn niet gelovig maar we mogen de kerk niet uit, zonder dat er door de dames een kaarsje wordt gebrand. Toch een beetje gelovig misschien? De 1e gezellige winkelstraat die we inlopen ziet Willeke een restaurantje waar ze mosselen serveren. HIER wil ik eten zegt ze, en Roos staat gelijk aan haar zijde. Ik moet nog even wennen aan het idee zo vroeg op de morgen. We lopen eerst naar het “Gamla Stan” deel van de stad, waar Hans Christian Andersen is geboren. De twee foto’s

van het hoekhuisje is zijn geboorte huis. Het museum was open, maar gezien de rij en het corona gevaar besluiten we om het bij foto’s uit de folders te houden. De mooie straatjes waren eigenlijk best rustig. De meeste mensen stonden waarschijnlijk in de rij bij het huisje, ha ha ha. Er waren veel opbrekingen in de stad waardoor je moest omlopen om weer in de gezellige buurten te kunnen komen. De nieuwbouw die daar plaatsvond paste ook totaal  niet in de ‘oude stad’ omgeving waardoor het oude stadsgevoel even weg was. In het andere deel van de stad was wel weer gezellig en zagen

de straatjes er leuk uit. Eigenlijk merk je hier in Denemarken weinig van corona. Wel staan er overal flesjes met desinfecterende zeep. Willeke en Roos krijgen hun zin. Net als het gaat regenen duiken we het restaurant van hun keuze in en bestellen we 4x mosselen met een lekker flesje Rieslingwijn er bij. Ook het toetje blijft niet achterwege. We blijken te vroeg voor de bus te zijn dus drinken we op het station nog gezamenlijk een drankje. Om 19:25 uur vertrekken zij met de bus naar Kerteminde en wij naar Nyborg.

Dinsdag 7 juli, Prachtige strakblauwe hemel en soms geen harde wind. Soms want vaker is het, wel harde wind en dan ook nog met hele harde vlagen. We blijven nog een dagje. Willeke doet een handwasje en ziet (bij het ophangen)  kwallen in het water. Dagen hebben we geen kwallen gezien (misschien een paar die liepen) maar niet in het water. Normaal stikt het hier, in dit deel van de Oostzee, van de kwallen in het water. Deze kwallen op de foto’s doen niets. Ze veroorzaken geen branderige plekken of iets dergelijks. De wat bruin/beige achtige kwal met hele lange haren, die zijn wel link en veroorzaken zeer grote/branderige plekken. Ze zijn hier wel maar gelukkig niet zo veel. De witte en donkere slingers in het beeld zijn spiegelingen van de opgerolde genua en zeerailing van het schip naast ons.   

Eindelijk neemt de wind af en als de weerberichten gelijk krijgen gaan we morgen misschien wel weer een haven verder. Willeke ziet bij de Netto supermarkt een fleece jasje in de rommelbak. Ik ben mijn jasje vergeten mee te nemen dus gaan we ‘s avonds na het eten kijken. Ik wil hem wel graag hebben maar er staat geen prijs bij. We informeren de prijs bij de kassa. 40 kronen zegt de jongen, omgerekend is dat 5,60 Euro dus bijna voor niets. 

Woensdag 8 juli, Als we de haven uitvaren staat er nog niet zoveel wind. Iets in me zegt, dat het buitengaats anders zou kunnen zijn. Ik steek bij het hijsen van het grootzeil, gelijk een rif. Dat kost iets snelheid naar de brug toe maar eenmaal buitengaats neemt de wind

steeds meer toe. Nu nog een bakstagwind maar straks door de brug zal het stikhoog aan-de-wind zijn. De Grote Belt Brug (Storebaeltsbroen) is totaal 18 km. lang en 254 mtr. hoog. De brug verbindt het eiland Funen met het eiland Seeland. De langste overspanning is 1,624 km. die verbonden is met een brug van 6,6 km. en een van 6,8 km. De hoogste doorvaart is 65 meter maar er is aan onze zijde (Funen zijde) een 2e doorgang met een hoogte van 18 meter. Nu is 18 meter exact onze grens. Als we vlak bij de brug zijn, zien we dat de brugpijlers geen hoogte meter hebben t.o.v. het wateroppervlak. Ook zien we dat het tweede deel van de brug (die van de trein) een lagere doorgang heeft. De wind is toegenomen tot harde wind er staan golven en stroming. We zetten voor de zekerheid de motor bij en dat was een goede beslissing want onder de brug is de wind pal tegen. Er is geen weg terug als we onder de eerste overkapping varen. Pfffff..... dat ging goed. De tweede overkapping is beduidend lager en als ik omhoog kijk hebben we niet veel ruimte meer over. Misschien maar 50 cm. Dit was echt, echt, echt heel spannend. Eenmaal

onder de brug door, varen we stikhoog aan-de-wind en staat er 18 a 19 knopen wind met vlagen tot 23 knopen. De golven lopen ras op en we gaan Kerteminde absoluut niet in een slag halen. Ik zie een schip voor ons een slag maken en onder de hogewal kruipen. Ik stel Willeke voor om hetzelfde te doen. Gelijk als we overstag zijn gaat ons schip beter lopen. De golfslag is duidelijk anders deze richting op. Onder de kant zijn er nog nauwelijks golven en gek genoeg kunnen we daarna, de bree-rust hoog genoeg houden om in deze slag, in een keer naar Kerteminde te zeilen. We krijgen een hartelijk welkom van onze Vlaamse vrienden. Om 17:00 uur drinken we een borrel op de bree-rust. Morgen is er Jazz in de haven. Wij varen morgen niet uit en gaan naar het Jazz. Roos wil dat ook maar Edward wil liever vertrekken, ondanks de voorspelling dat er geen wind zou zijn. Wij willen kunnen zeilen en dat gaat niet zonder wind dus liggen we weer verwaaid maar dan verdraaid. We kruipen vroeg onder de klamme lappen. Tot morgen.

Donderdag 9 juli, Bij de haven ligt een prachtig mooi vissersscheepje omgebouwd naar Kerteminde’s zeilclub’s wedstijd-schip. Ik zag hem gisteren varen en toen hij gas gaf leek het wel een speedbood. We maken een wandeling door Kerteminde en winnen wat informatie in bij het toeristenbureau. Een mooi Oldtimer

Cheverolet vrachtwagen

rijdt voorbij. Ik ben net op tijd om een foto te nemen. Via de oude stad lopen we door wat winkelstraten naar Johannes Larsen Museet. Een Deense kunstenaar maar wat we in eerste instantie zien is niet aantrekkelijk genoeg om ons in het museum te krijgen. Via de stad lopen we terug naar de haven en bestellen daar een tafeltje voor de Jazz vanavond. Onze Vlaamse vrienden zijn niet uitgevaren en gaan

                  mee naar de Jazz. Het weerbericht zat er trouwens deels

                  naast. Vanmorgen geen wind maar net in de middag een

                  mooie oostenwind waar goed op te zeilen is. Ik hoop niet

                  dat onze vrienden nu spijt hebben, dat ze niet zijn  ver-

                  trokken maar dat horen we later wel want we zijn bij hun

                  uitgenodigd voor de borrel. Er staan hier nog heel veel

schepen op de kant en men is nog druk aan het kranen. De schepen gaan hier hoog door de lucht om over de bomen te komen maar ook om het zwaaien te verminderen.

Om 17:00 uur gaan we naar Edward en Roos. Edward heeft een speciale trippel voor ons op temperatuur gezet. Dat is er eentje waarbij de alcoholpercentage hoger is, dan een goedkopere wijn. Hoewel Edward hier een beetje serieus

kijkt op de foto kan ik je verzekeren dat het geen goede afspiegeling is van hem. Edward is een vrolijke man met vele leuke verhalen en anekdotes. Maar ALLÉ HE, zo’n biertje inschenken is toch een ernstige zaak hé. Restaurant met Jazz, uitzicht op een haven en zee

en strakblauwe hemel. Alleen

de temperatuur kon iets

beter. De Jazz begon iets

later dan verwacht dus namen we alvast een voorgerecht van het buffet. Er was meer dan genoeg keuzes en alles zag er perfect uit. Dat alleen al beloofde een succesvolle avond. De muzikanten waren op één na op leeftijd maar absoluut niet over de houdbaarheids datum m.b.t. de Jazz. De trombonist en de trompettist waren de zangers. De één met een stem als Steve Yocum (google er maar eens op). De ander leek wel Louis Armstrong.

Uiteindelijk ging ook de Banjospeler een nummer zingen en ging helemaal uit zijn dak. Hij kreeg dan ook een daverend, lang applaus. De sfeer zat er goed in en ook aan onze tafel was het zeer gezellig. Wij waren het laatste tafeltje die weggingen. Een afzakkertje bij onze vrienden maakten het nog laat voor we onze bree-rust weer opzochten. Trouwens, ik wist niet dat Whiskey zo lekker kon zijn. Ik heb het wel bij anderhalve whiskey gelaten want morgen weer een dag en het liefst wel zonder hoofdpijn of kater!